|
|
|
|
Es geht voruber - deel I
|
|
Het verhaal van een weggevoerde
|
Artikel: Jef Horemans
|
vlnr : Kees van den Berg, Arie van Meeteren,Bram Lelieveld, Jef Horemans
en de laatste is helaas een onbekende bezoeker
7 december 1942
De dag dat ik naar Duitsland moest vertrekken
In mijn eerste brief uit Hamburg aan ons Jetje schreef ik: "Toen ik in Antwerpen in de statie stond, voelde ik me zo alleen". Met mijn valiezen op het perron wachtend op de trein die me naar Duitsland zou brengen. Ik was op twee maanden na twintig jaar oud, pas getrouwd en mijn vrouwtje was bezig er voor te zorgen dat ik nog vader zou worden ook. Veel te jong, wit ge zeggen en dat klopt als een bus, maar in die tijd bestond er nog geen pil, en andere voorbehoedsmiddelen werden door apothekers geweigerd aan jonge mensen. Seksuele voorlichting was praktisch onbestaande. Het was nog de schijnheilige tijd van de onbevlekte bruidjes en brave jongens die voor de eerste keer gemeenschap met een meisje hadden in het huwelijksbed. We waren zoals de meeste mensen van vlees en bloed, we hadden elkaar gevonden en van de eerste dag klikte het tussen ons. We voelden dat we elkaar nodig hadden, we zochten de liefde en genegenheid die we thuis slechts in kleine maten vonden, we voelden dat we voor elkaar geschapen waren, zoals dat zo mooi gezegd wordt. En zo kwam het dat we op een keer samen kwamen, we werden ??n, en het onvermijdelijke gebeurde. Ons huwelijk werd verhaast, we waren nog jong maar we zouden er ons wel doorslaan.
De start was slecht, het kon in de toekomst dus enkel beter worden.
Hoe het begon.
Ik werkte in een tegelfabriek Carelithe, а la guerre comme a la guerre, en op een dag moest ik bij de baas komen, die me vertelde dat ik naar het Arbeitsambt moest, ik werd opgeлist. Ik werd verplicht tewerk gesteld in de heimat. Tussen Hamburg en Berlijn mocht ik kiezen en koos het dichtste. Zo kwam het dat ik op 7 december '42 op het perron stond en niet tegenstaande de drukte me alleen voelde.In de brief staat verder dat het in de trein al beter was, ik had reeds vrienden, maar dat is flauwe kul, nonsens, larie. Die eenzaamheid gaat nooit over, zolang ge weg zijt van die gene waar ge van houdt, daar ben je alle dagen mee bezig, de ene dag harder dan de andere. Je kunt er niets aan doen, ge zijt machteloos, ge kunt niets anders dan afvachten, dagen aftellen kan niet, ge weet niet wanneer de oorlog zal gedaan zijn. Je doet onverschillig, je houdt je groot tegenover de jongens in de kamer of op het werk, maar het liefst zou je in een hoekje kruipen en zitten jammeren als een kindje wiens moeder hem alle een laat voor de eerste keer in z'n leven. Als je dan in het lager eens op je bed zit en foto's bekijkt, dan voelt ge het als een kilte op je vallen, die eenzaamheid en je voelt het als een opluchting als de waterlanders over je kaken rollen. Het lost niets op, maar je kunt het niet tegenhouden, het moet gebeuren, zo simpel is dat.
't Was dus niet alleen in het station, 't was al die tijd, al die weken, maanden tot die ellendige periode voorbij was. Het ging over toen ik de 28e mei 1945 weer thuis kwam.
Dammtor - Verlof - Waltershof.
Het eerste lager waar ik in Hamburg terecht kwam, was een van het D.A.F. (Duits Arbeids Front) en was gelegen in de oude stad niet ver van het station Dammtor tussen de Karolinnenstrasse en Bei dem Kirchhoven. De barakken waren opgetrokken tussen de beplanting van een vroeger kerkhof, volgens de hoogte van de bomen was het toch een hele tijd geleden. Spoken hebben we er nooit gezien, alhoewel het er soms spookte, dat was dan gewoonlijk 's nachts als de R.A.F. overkwam om de scheepswerven te bombarderen of enkel overvlogen, zorgden voor alarm en gewoon ergens anders gingen stukken maken. In de kamers stonden acht stapelbedden, twee hoog. Twee lange tafels en de nodige krukken om te zitten. Tussen de bedden, onze kasten om persoonlijke spullen in op te bergen. In 't midden van de kamer een grote kolenkachel, maar kolen kregen we sporadisch, we moesten dus veel brandstof organiseren. Recht over onze kamer was de wasbarak, met douchen en lavabo's, hier was sommige dagen warm water en we hadden dus vlug in de gaten waar de kolen lagen. Met mensen van Belliard en Mercantile was het dus een koud kunstje om de sleutel van de kolenbergplaats na te maken. Dwars door het lager liep een brede weg, aan een kant stonden de woon?barakken, aan de andere kant de Lagerverwaltung t.t.z. barakken, infirmerie, keuken en magazijn. Met de ziekenzaal maakte ik na een paar dagen al kennis met kapot gelopen voeten. Goed begonnen is half gewonnen, zegt men dan.
Om naar de scheepswerf Howaldtswerke te geraken moesten we eerst 15 minuten tot aan de Landungsbrukke gaan, waar we de boot namen tot aan het werk. Van 8/12/'42 tot 8/3/'43 verbleef ik hier. Ik kreeg drie dagen verlof omdat mijn vrouw ziek was, ons Jetje had me de nodige doktersbewijzen gestuurd. Drie dagen was veel te kort natuurlijk, men was anderhalve dag onderweg, Thuis aangekomen was het dus mijn eerste zorg, verlenging van verlof te krijgen. Dat moest uiteraard altijd gebeuren met de nodige papieren van een dokter of van de gemeente toen we naar Deurne verhuisde. Iedere keer een stempel op mijn verlofbrief met de duur van de verlenging, tot een dokter het genoeg vond met al die stempels en me buiten smeet. Ik wou die Pruis wel wurgen, we moesten dus wat anders proberen. Nu de grote middelen gebruiken, ik nam geen briefje van een dokter, geen verlofbrief, Ik nam gewoon dus Jetje mee.
Meir 1
In de keldergang van Meir 1 hadden de controledokters, de Duitse natuurlijk, hun kabinet. We zaten een poosje te wachten, en ons Jetje werd onwel, de zenuwen of de vuile lucht in de gang want er zaten veel mannen te wachten. Ik sprak een Duitse verpleegster aan, die kwam kijken en liet mijn vrouw bij een dokter binnenstappen. Ik moest buiten blijven, goeie morgen... en ons Jetje sprak geen Duits. Dat wordt een ramp dacht ik, maar ja... ons vrouwtje had de bewijzen bij, ze was zoals we weten in gezegende toestand, zo noemt men dat dan. Een paar minuten later, de langste van mijn leven, komt ze buiten en stopt me een papier in de hand, met mijn vonnis dacht ik, terug Hamburg, maar nee, volgens dat bewijs, vond de dokter dat Ik beter bij haar kon blijven tot drie weken na de bevalling. Je moet het maar kunnen uitleggen he.
Weer een paar weken langer thuis. We hadden elkaar zo hard nodig die tijd. Maar ja, schone liedjes duren niet lang. Ons dochtertje was drie weken oud en papa Horemans mocht terug naar de heimat, want zonder hem viel de Howaldt stil en kan Fritsenland de oorlog niet winnen.
Op de Meir in Antwerpen
De 6e juli '43 was ik terug in Hamburg. Ik meldde me weer in Lager Dammtor en daar wist men te vertellen dat al de mensen van Howaldt waren verplaatst naar een lager van de werf zelf. Ik moest dus verhuizen naar Waltershof, dat lag in de haven tussen zijarmen van de Elbe en de dokken, op de Rugenberger Damm. Het was een oud herenverblijf als een kasteel zo groot. De eetzaal, de wasruimten en infirmerie waren barakken die er bijgebouwd waren. Ik kreeg een bed en een kast toegewezen in een kamer voor 80 man. Wat een boel, we hadden zelfs geen tafels of stoelen. Het was gewoon een stapelhuis voor auslander. 's Morgens stonk het er als de pest. Dat mensen en dieren door overbevolking agressief worden, kon je hier merken. Je moest je spullen in 't oog houden of achter slot op bergen. Als we een brief wilden schrijven, moesten we dat doen in de eetzaal. Dan moesten we eerst een tafel afruimen, wat een hele karwel was als we pelpatatten gegeten hadden. De pellen en afval werden dan op een andere tafel gesmeten, we bleven dan even stil zitten wachten, na een paar minuten zaten dan de ratten per koppel een paar tafels van de onze hun buikje te vullen. Soms namen we van de koer naast de keuken wat sintels mee om de ratten te bekogelen. Je moet toch iets te doen hebben? Na een paar dagen had ik op een kleine kamer een plaatsje gevonden en nam daar een bed en kast in beslag, daar sliepen we met twaalf man. Om broodbonnetjes in 't zwart te kunnen kopen, wou ik een paar pakjes tabak van de hand doen, per pakje was het voor de meeste jongens blijkbaar te duur. Ik begon sigaretten te draaien en per stuk kreeg ik klanten genoeg, het bracht nog meer op ook. Succes verzekerd zolang de voorraad strekte en ik verdiende genoeg om zegeltjes te kunnen kopen. vlakbij het lager liep een spoorweg tot aan een ponton, waarmee de wagons overgezet werden naar de verschillende scheepswerven, zo geraakten wij ook op Howaldt. 's Morgens vaarde er ook een motorbootje naar de overkant, maar dat moest betaald worden, het ging wel vlugger, maar het kostte voor ons te veel. Het werd dus alleen gebruikt als we wat te laat waren.
Drie weken duurde het ?mooie? leventje hier, tot op een nacht de stukken glas van de venster op ons bed vlogen, operatie Gomorrha was begonnen. Als gek nog half slapend, stoven we naar de kelder, in het donker, want al het licht was uitgevallen.. Deze kelder was niet speciaal gestut of ingericht als luftshutzraum, heel het gebouw stond te schudden en te trillen van het geweld van de bommen. Op het spoorwegemplacement voor de ponton, stond een batterij luchtafweergeschut, die vlamden er op los dat horen en zien verging. De wagons met de FLAK werden na iedere aanval dan verplaatst. Tussen 25/7 en 2/8 werd Hamburg zevenmaal aangevallen, telkens met honderden viermotorige vliegtuigen, overdag door de amerikanen en 's nachts door de engelsen. De Duitse radar werd gestoord door reepjes speciaal bewerkt spul, "window" genaamd. Heel het verwittigingsysteem van de Flak werd zo waardeloos gemaakt, de aanvallers kwamen en gingen zoals zij wilden. Gelukkig voor ons lag tussen Waltershof en de stad de Elbe. We hadden meer last van het spoorweggeschut dan van de bommen. Van waar we stonden bij ons lager, zagen wij dan overdag de branden en stofwolken boven de stad. We konden ons niet voorstellen wat er daar aan de overkant van de stroom gebeurde, tot we later zelf een paar maal in een bombardement zaten, dat dan nog niet een honderdste was van de verwoestingen in de Hansastad.
Operatie Gomorrha
Er vielen meer dan 8600 ton brand en springbommen, uitgeworpen door meer dan 3000 vliegtuigen. Het bombardement zou 346 miljoen dollar gekost hebben.
35719 huizen werden totaal verwoest
4695 werden zwaar beschadigd
4500 half tot licht beschadigd - de helft hiervan tijdelijk onbewoonbaar. In de haven waren schepen gezonken of uitgebrand samen 180.000 ton.
12 bruggen werden vernield ook 1125 personen en goederenwagons.
1735 wagons werden zwaar beschadigd. Spoor- en tramlijnen, water, gas en elektra tijdelijk buiten gebruik, verhoogde nog de chaos, er waren 41800 dodelijke slachtoffers, en 125000 gekwetsten.
Hamburg tijdens operatie Gomorrah
Verhuizen.
Na Lager Dammtor en Waltershof woonde ik nog in verschillende kampen. Na Gomorrha wilde ik proberen thuis te geraken, gewoon van Hamburg weg vluchten, zoals duizenden deden, maar werd na een uur al tot de orde geroepen, kwam op een sportveld terecht en moest daar de nacht doorbrengen onder de blote hemel.
'S Anderendaags werden we met een paar honderd jongens onder bewaking van politie en SA-mannen naar een trein gebracht. Die stopte een paar uur later in Bremen, buiten op het stationplein moesten we op autobussen wachten die ons naar verschillende fabrieken zou vervoeren. Wij werden naar de Vulcan Werke in Vegesak gebracht. De Amerikanen kwamen ons begroeten, Bremen werd gebombardeerd, gelukkig een heel eind van het plein, waar wij stonden. Eindelijk was het zover. Per bus bracht men ons naar een lager in Blummenthal vlak bij de Waser - Ostarbeiterlager Buuren Plate. De naam zegt genoeg een lager speciaal voor Polen en Russen, dus zo primitief mogelijk. Voor ons, de Hamburgers, bracht men van de werf eten. Op de scheepswerf werd ik als helper tewerk gesteld in de werkplaats waar de lasposten werden hersteld. Na ongeveer een maand werden we terug naar Hamburg gestuurd en wel naar Waltershof
Ik verhuisde nog een paar maal , eerst naar Neugraben, Falkenberg, dan naar het Rethelager Wilhelmsburg en terug naar Falkenberg tot het einde. Ik wou alles chronologisch vertellen maar dat is een hopeloze zaak.
De vuurstorm in Hamburg
Mijn geheugen laat me in de steek, het is ja... ook ongeveer 60 jaar geleden. Maar ik herinner me, hoe ik thuis kwam.
Op een avond onderbrak radio Hamburg een paar maal de uitzending, om aan te kondigen dat er een bijzondere melding zou gebeuren. Het was 4 mei 1945 alhoewel we wisten dat de oorlog niet lang meer kon duren, (een groot deel van Duitsland was reeds bezet en de Britten beschoten reeds een paar weken, over ons lager been, de omgeving) viel de aankondiging als een donderslag bij klare hemel. Met een door ontroering vervormde stem, zei de speaker dat de uitzending van radio Hamburg zou geschorst worden voor onbepaalde duur, daar de stad gecapituleerd had, om verdere verwoestingen te voorkomen en mensenlevens te sparen. Op een later te bepalen datum zouden de studio's terug in dienst genomen worden door de bezettende overheid. Hoe vreemd het ons in de oren klonk, is wel in te denken, tot nu toe waren bezetters en Duitsers synoniemen geweest en nu werden de rollen omgekeerd. Het was gedaan met hun overheersen, ze kregen van het zelfde laken een pak en hun arrogante manieren konden ze nu ook wel afleren. Hun titel, waar velen in geloofden, van "ubermenschen", was vervallen ze werden plots burgers van een land dat door vreemden zou bestuurd worden. Voor menige zou het een goede les zijn voor anderen vonden we het dan weer zonde, omdat die zich altijd tegen over auslander fatsoenlijk en menselijk hadden gedragen. Maar zoals altijd, de goeden moesten het met de slechten bekopen en zouden door de Britse soldaten over dezelfde kam geschoren worden.
Na de sondermeldung klonk, om het af te sluiten, het "Deutschland uber alles" we hoorden het helemaal anders dan vroeger, het jubelende, feestelijke was niet te herkennen, het voelde meer aan als een treurzang over vervallen grootheid, het einde van een periode die voor velen niets dan angst, verdriet, armoede, ellende en zelfs de dood had gebracht. Eindelijk konden we weer vrij ademen en spreken, onze rol van ondergeschikte was gespeeld. We konden weer doen en laten wat we wilden en wat we wilden was vrij eenvoudig. . . naar huis.
Eindelijk was het aftellen voorbij, een aftellen dat eigenlijk geen aftellen was. Het was meer een opstapelen, een aaneenrijgen van al die dagen van droefenis, van eenzaamheid, van wachten. Eindelijk was het zover, er kwamen er geen meer bij, er was een orgelpunt gezet achter ons leven in die barakken. We zouden elkaar niet meer boeven te pesten uit verveling. We zouden afscheid kunnen nemen van onze lotgenoten waarmee we meer dan twee jaar hadden doorgebracht. We zouden naar buis kunnen om opnieuw te start en.
De periode van stilstand in ons leven was voorbij, de lagerbeschaving konden we tussen de barakken laten, we hadden er geen behoefte meer aan.
5 Mei.
Met mijn twee rieten koffers, die reeds verschillende dagen klaar stonden, ging ik tamelijk vroeg op stap. Met pijn in mijn hart, had ik mijn boekerij (125 boeken) moeten achterlaten, ik had aan die valiezen genoeg te sjouwen. Gelukkig werden we naar een paar kilometers door een camion van het Britse leger, waar reeds verschillende evacu?s op zaten, opgepikt en mee genomen in de richting van Buschhude. Onderweg haalden de Engelsen een personenwagen in met een groot roodkruis op, ervoor gereden, doen stoppen en met een geweer in aanslag de Duitsers aanhouden was zo gebeurd. Na de officieren, die angstig uitstapten gefouilleerd te hebben, maakten de Britten de wagen verder leeg en zwierden alles in de gracht naast de weg. Toen ййn van hen een Duitse helm tussen duim en wijsvinger nam en hem als een stuk vuil ook in de gracht liet belanden, konden we niet nalaten te applaudisseren en te juichen. De gevangenen mochten terug in hun auto en verder rijden, ze konden niets anders dan in Buschhude terecht komen want de Zijwegen waren allen bewaakt. Er was maar ??n richting vrij naar het Britse hoofdkwartier. De officieren kwamen achter slot en grendel en wij in een school terecht. Alhoewel we genoeg te eten kregen, slapen moesten we op stro op de grond, duurden de volgende twee dagen toch verschrikkelijk lang. Nu het zo ver was, we waren onderweg, telden we de minuten die veel langer duurden dan normaal. Mijn valiezen stonden van 's morgens klaar en ik was altijd bij de uitgang van de school te vinden, om in de gaten te houden wanneer er camions kwamen om ons verder te brengen. Nu werd het zo geregeld dat krijgsgevangenen altijd voorrang hadden. We vonden dat niet prettig, maar konden wel begrijpen dat die jongens voorgingen, want de meeste waren sedert '40 en velen vanaf '39 in gevangenschap.
7 Mei.
In de namiddag hoorde ik tumult aan de poort, ik had er al heel de dag op uitkijk gestaan. Als een bok op een haverkist, ik erop af Br waren Franse gevangenen in de school aangekomen en zouden ogenblikkelijk verder getransporteerd worden. Van een officier mochten ze hun familie echter niet meenemen, er zou achteraf voor deze oorlogsbruiden en hun kinderen een regeling getroffen worden. Veel Fransen hadden op de boerderij waar ze werkt en, met Poolse of Russische vrouwen kennis gemaakt en een gezin gesticht. Na veel dispuut weigerden deze mannen, een paar tenminste, om alleen verder te gaan en vrouw en kroost achter te laten. Met mijn schoolfrans had ik van die ruzie genoeg verstaan en snapte dat de wagens nu niet helemaal vol zouden zijn. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg de Franse officier of ik nu niet mee kon, buiten de lelijke woorden die bij me naar het hoofd slingerde begreep ik toch dat het hen niet kon schelen of ik mee reed, nu die... (weer scheldwoorden) toch weigerde. Zo vertrok ik tussen krijgsgevangenen om kwart voor vijf richting Soltau. Een paar uur later arriveerden we daar in een voormalige kazerne van de SS Langemark. Het moet daar een volledige plundering gegeven hebben na het aftrekken van de SS, want in geen enkele kamer stonden er nog bedden of andere meubelen? Het enige wat ik achteraf vond waren tientallen Vlaamse boeken, echter maar twee verschillende titels, Koning Geiserik en Afrika die ik beide meenam. We wisten gelukkig niet dat het hier 14 dagen zou duren, voor we weer een stap dichterbij huis zouden komen.
Het ellendig wachten begon weer, we slenterden wat rond in het kamp, hielden ons op bij de poort, en konden zo nu en dan een paar wagens helpen lossen van de Engelsen, die dan royaal met sigaretten onze hulp betaalden.
Lees meer Klik hier
|
Voor printvriendelijke versie klik hier
|
Overzicht van artikelen in deze categorie
|
|
All pictures in our articles are low res and max 640 pixels
 |
|